Sint-Fredegandus (Deurne)

De begraafplaats Sint-Fredegandus is één van de beter bewaarde geheimen van Deurne. Ze vertrekt rond de Sint-Fredeganduskerk en strekt zich verder uit langs de Lakborslei.

Dit is een oude begraafplaats met een heldere structuur rond een centrale as, de zogenaamde Christusweg. Net als op het Schoonselhof kregen heel wat prominente Antwerpenaren hier een laatste rustplaats. Op deze begraafplaats worden geen nieuwe concessies meer verleend.

Ook deze begraafplaats is een ware erfgoedschatkamer. Je loopt hier tussen de mooiste funeraire architectuur en – beeldhouwkunst uit de voorbije eeuwen. Rond de kerk, op het oudste gedeelte, liggen de grafzerken dichter bij elkaar. Vanuit een visie van ‘gecontroleerde verwildering’ wil de stad Antwerpen het unieke karakter van dit waardevolle patrimonium behouden.

Geschiedenis

Wanneer de ‘hof rond de kerck op den bergh’ voor het eerst werd gebruikt als dodenakker is moeilijk te zeggen, hiervoor zou een systematisch bodemonderzoek nodig zijn. Mogelijk dateert de eerste cultusplaats op de site van de kerk al van voor de 9e eeuw.

In de verhalen over de geloofsverspreiders Sint-Amandus en Sint-Fredegandus duikt de oude benaming van Deurne regelmatig op. Fredegandus, volgens sommige bronnen een Ierse monnik, zou de verantwoordelijke geweest zijn van een kleine kloostergemeenschap, die in de nabijheid van de huidige kerk haar verblijf had. De naam van de inmiddels lang verdwenen herenhoeve Ten Eeckhove, ook Papenhof genoemd, gelegen langs de Schijn, verwijst alleszins naar het feit dat de kerk daar gronden in haar bezit had.

In 836 werd de eerste kerk vernield door Noormannen (Vikings). Begin 16e eeuw werd de tweede vervangen door een grotere. Nadat Maarten van Rossum in 1542 de derde kerk plunderde, kreeg ze in augustus 1566 het ongewenste bezoek van beeldenstormers. Op 2 maart 1579 vond de ‘Slag van Deurne’ plaats tussen de katholieke Spanjaarden en de protestantse Staatsen, waarbij de kerk en het dorp verwoest werden. In de eerste helft van de 17e eeuw werd dan de huidige laatgotische driebeukige kerk opgetrokken in typische regionale baksteen met banden van witte zandsteen.

Aanvankelijk was de kerk toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw. Pas vanaf het einde van de 15e eeuw wordt er melding gemaakt van een echte cultus rond Sint-Fredegandus. Toen waren enkele relieken teruggebracht vanuit de abdij van Moustier sur Sambre waar zijn stoffelijke resten bewaard werden. Er werd een broederschap opgericht en processies gehouden.
Op de 16e eeuwse gravure over de Slag om Deurne kunnen we reeds begravingen rond de kerk situeren in wat we letterlijk het ‘kerkhof’ kunnen noemen.

Zoals gebruikelijk in deze eeuwen werden religieuzen, edellieden en rijke burgers binnen in de kerk begraven. Tussen Kerstmis 1563 en 1793 werden 13.776 begrafenissen geteld waarvan 1450 in de kerk. Met het edict van 23 juni 1784 verbood Jozef II, keizer van Oostenrijk en van de Nederlanden, het begraven binnen de kerkgebouwen. Er was geen ruimte meer beschikbaar en de stoffelijke resten werden soms vlak onder de vloer bijgezet. Er ontstond besmettingsgevaar en geurhinder.

Met het decreet van 23 prairial XII (12 juni 1804) vaardige Napoleon Bonaparte het verbod uit te begraven rondom de kerken in de steden. Antwerpen diende zijn belangrijkste kerkhoven te sluiten. Dit had als gevolg dat Sint-Fredegandus als landelijke begraafplaats veranderde in het uitverkoren kerkhof van de Antwerpse burgerij. In 1885 werd het kerkhof te klein en werd het vergroot door de aankoop van gronden en 12 huizen langs de Schoolstraat (Coeveltstraat) en later, in 1894 en in 1900 langs de Kerkstraat (Lakborslei). Het gemeentebestuur verdubbelde eveneens de kostprijs van een concessie. Tussen 1886, het begin van de registratie en 1895 werden 3382 begravingen geteld, 1791, of ongeveer een kwart, waren “vreemde lijken”.

Het kerkhof werd de laatste rustplaats voor velen die een vooraanstaande rol speelden in het maatschappelijk leven van Antwerpen: Albert Maquinay, provinciegouverneur Cogels, Jan De Laet, Constance Teichman, Marie Belpaire, de familie Le Grelle en vele anderen. In 1975 verzocht Turninum om bescherming van het oudste gedeelte, het besluit volgde in 1976. Nu wordt het kerkhof aangelegd als ‘begraafpark’ naar een ontwerp van Chris Vermander, architect van het Buro voor Vrije Ruimte.

Geef een reactie