Schoonselhof (Wilrijk)

Het Schoonselhof is een parkbegraafplaats. Het wordt vaak het ‘Antwerpse Père-Lachaise’ genoemd vanwege de vele historische grafmonumenten en graven van beroemde personen zoals La Esterella, Julien Schoenaerts, Peter Benoit, Nonkel Bob en Alice Nahon. Je bezoekt er ook de militaire ereperken met onder andere de Commonwealth Wargraves of wandelt in de Franse en Engelse tuinen aan het kasteel.
Het Schoonselhof is een oase van rust. Met zijn kasteel, bospartijen en uitgestrekte perken is het een prototype van een hedendaags begraafpark waar erfgoed en groen perfect samengaan. Tussen de bezoekers vind je dan ook minstens evenveel wandelaars die van het park en de grote verscheidenheid aan funerair erfgoed genieten, als mensen die een overledene komen gedenken.

Geschiedenis

In de vroege middeleeuwen stond er op deze plaats een versterkte hoeve met dubbele gracht. De oudste schriftelijke vermelding dateert uit de veertiende eeuw. Jan van Wilrike of van Sconsele was toen de eigenaar. In de zestiende eeuw kocht Gaspar Ducci het domein. Hij was een Italiaan die in Antwerpen fortuin maakte in de handel en op de financiële markten.

Het kasteeldomein diende niet alleen om mee te pronken of om zich te ontspannen. Het was ook een economische investering. Bij het kasteel hoorden vele hectaren landbouwgrond. Gaspar Ducci liet naast het kasteel een grote hoeve optrekken van waaruit de gronden werden bewerkt. De Neerhoeve bestaat nog steeds en verschillende gebouwen zijn nog origineel zestiende-eeuws.

Het kasteel daarentegen werd in de loop der eeuwen geregeld heringericht of verbouwd volgens de nieuwste trends. De laatste grote verbouwing dateert uit het begin van de negentiende eeuw. Toen kreeg het kasteel zijn huidige classicistisch uitzicht, een bouwstijl waarin soberheid en symmetrie centraal staan. Jules Moretus was de laatste eigenaar van het kasteel voordat de stad het aankocht in 1911. Jules Moretus was niet alleen eigenaar van het Schoonselhof, maar ook burgemeester van Wilrijk tussen 1870 en 1875.

In 1911 stierf Jules Moretus kinderloos. Zijn erfgenamen verkochten het domein aan de stad Antwerpen. Het uitgestrekte park kon dienen als nieuwe stedelijke begraafplaats. Landschapsarchitect Jules Janlet en architect Marcel Schmitz maakten in 1911 een eerste ontwerp, dat later werd uitgewerkt door architect Alexis Van Mechelen. Het domein zou een parkbegraafplaats worden waarin veel groen, eenvoudige grafmonumenten en een duidelijk ordening aan een serene sfeer moesten bijdragen. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 was de herinrichting nog niet begonnen. Toch besloot de gemeenteraad al in de eerste dagen van de oorlog om hier een erepark voor gesneuvelde soldaten aan te leggen. De eerste soldaat die er werd begraven op 29 augustus 1914, was een Duitse soldaat.

Na de oorlog kon de stad aan de aanleg beginnen. Maar de vochtige ondergrond van het domein stelde de ingenieurs voor problemen. Enkel door het terrein op te hogen en door een uitgekiemd drainagesysteem met grachten, kon het terrein als begraafplaats dienst doen. In 1921 werd de begraafplaats in gebruik genomen voor burgers.

Geef een reactie