Sluitertijd

De sluitertijd of belichtingstijd is de duur dat de de sluiter openstaat om de sensor in je camera te belichten op het moment dat je een foto neemt. De hoeveelheid licht dat op de beeldsensor valt is evenredig met de sluitertijd: dubbel de belichtingstijd, dubbel zoveel van het beschikbaar licht op je sensor.

De tijd dat de sluiter openstaat om de sensor te belichten is typisch een fractie van een seconde, en vaak wordt enkel de noemer in je camera getoont: ‘125’ betekent een belichting van 1/125 seconde. Een belichting van meerdere seconden (of ‘bulb’ bij meer dan bvb. 30 seconden) wordt enkel gebruikt in zeer donkere omstandigheden. Ook hier wordt de verdubbeling of halvering van de sluitertijd een ‘stop’ genoemd, net zoals bij het diafragma. 1/30 is een stop sneller dan 1/15 voor de helft minder licht, terwijl dit 2 stops trager is dan 1/125 voor 4 keer meer licht.

Als jij en je onderwerp niet bewegen (en je geen flash gebruikt), dan is normaal gezien alles scherp zonder camerabeweging. Een verandering in enkel de sluitertijd zal op dat ogenblik de algehele belichting van je beeld beïnvloeden: een hogere belichting bij een langere sluitertijd. Bewegingsonscherpte ontstaat wanneer er tijdens de belichting een beweging wordt uitgesmeerd over minimaal 1 pixel op je sensor. Deze beweging kan van je onderwerp komen, of van jezelf of je camera (camera shake). Als vuistregel hanteren we dat de minimale sluitertijd om camera shake te verhinderen, minstens 1 op de focuslengte van het gebruikte objectief moet zijn (voor een FX-camera of x1,5 voor een DX-camera). Dus bij een 50 mm objectief: minimaal 1/50 voor FX en 1/75 voor DX. Beeldstabilisatie (vibratiereductie etc.) kan deze minimale belichtingstijd eventueel 2 of 3 stops verbeteren om scherpe beelden te bekomen, maar enkel voor zover je onderwerp niet beweegt!

Als je onderwerp beweegt moet je een kortere sluitertijd gebruiken om de beweging te bevriezen en scherpe(re) beelden te bekomen. Hoeveel sneller hangt of van de snelheid en de richting van je onderwerp t.o.v. de beeldsensor. Voor stilstaande of nauwelijks bewegende onderwerpen kan 1/125 meestal wel volstaan bij een goede techniek, voor actiefoto’s moet je eerder denken aan 1/500 of zelfs 1/1000 om acceptabele scherpte te bekomen.

Een leuke samenvatting op YouTube:

Bewaren