Optimale belichting

Om mooi belichte foto’s te nemen, moet je weten om te gaan met de belichtingsinstellingen van je camera. De combinatie van diafragma en sluitertijd bepaalt hoeveel licht er op je sensor valt en de ISO regelt hoe gevoelig je sensor zal reageren op het licht. Een eenvoudige manier om dit te illustreren is het ‘vullen van een emmer met water’. De componenten van deze analogie zijn als volgt:

  • een volle emmer = een optimale belichting
  • de grootte van de emmer = ISO
  • de grootte van de leiding/kraan = diafragma
  • de tijd nodig om de emmer te vullen = sluitertijd

Hoe groter de leiding/kraan, hoe sneller je de emmer kan vullen. Je kan de emmer vullen met elke leiding/kraan, maar de grootte bepaalt hoeveel tijd je hiervoor nodig zal hebben. Als je de emmer sneller wil vullen zonder een grotere leiding/kraan te gebruiken, dan moet je een kleinere emmer nemen!

In fotografietermen is je sensor de emmer voor het licht. Een groter diafragma zal je emmer sneller vullen dan wanneer je een kleiner diafragma gebruikt. Als je de ISO verhoogt, wordt de emmer kleiner en zal het minder lang duren voordat deze vol is. Een groter diafragma (en/of een hogere ISO) betekent snellere sluitertijden. Daar tegenover staat een kleiner diafragma (en/of een lagere ISO) voor langere sluitertijden.

Wat is een optimale belichting?

Technisch gezien is een optimale belichting afhankelijk van het dynamisch bereik van je sensor, namelijk het mogelijk verschil tussen licht en donker die door je sensor kan weergegeven worden. Wat we willen bereiken is dat het verschil tussen licht en donker van de scène die je wil fotograferen binnen het dynamisch bereik van je sensor valt, namelijk dat het zwart niet dichtloopt (ruis) en het wit niet uitbrand (geen detail).

Soms kan het dynamisch bereik van je scène het dynamisch bereik van je sensor overtreffen, dan moeten we een keuze maken welk deel van je scène het best dient belicht te zijn (donker of licht). Digitaal is het (meestal) beter om de lichtere delen goed te belichten (niet uitbranden om detailverlies te vermijden) en de donkere delen in post-processing te recupereren (eventueel ten koste van wat ruis). Uiteraard is dit afhankelijk van de situatie. Bij een portretfoto is het belangrijk om je model zo goed mogelijk te belichten, ook als dit betekent dat andere delen van de foto niet of minder goed zijn belicht. Soms is dit het offer dat we moeten brengen als we de lichtomstandigheden niet kunnen wijzigen. Het wijzigen van de lichtomstandigheden is soms wel mogelijk met extra hulpmiddelen: diffusors tussen lichtbron en onderwerp brengen als het te licht is of licht toevoegen (flash) als het te donker is.

Als je beelden te helder of te licht zijn, moet er minder licht op je sensor vallen: dit kan je bereiken door je sluitertijd te verlagen of door je diafragma te verkleinen (of je ISO te verlagen). Indien je beelden te donker zijn, heb je meer licht nodig op je sensor: sluitertijd verlengen en diafragma openen (of je ISO verhogen). Je instellingen voor diafragma, sluitertijd en ISO werken samen in de zogenaamde belichtingsdriehoek.

In de zoeker vind je tevens een aanduiding van je belichting en je lichtmeter of belichtingsautomaat, waarbij je dient te proberen om via je instellingen de belichting te optimaliseren naar ‘0’. Na het nemen van een opname, kan je eventueel je instellingen aanpassen indien nodig, dan wel de belichtingscompensatie gebruiken: + voor meer licht en – voor minder licht…

Sunny f/16

Als je volledig manueel werkt, kan je als startpunt de Sunny f/16 regel hanteren bij daglicht in de zon. Voor een normale belichting op een zonnige dag met de zon voor je object, dienen je instellingen de volgende te zijn: diafragma f/16 voor een sluitertijd van 1/ISO (1/100 bij ISO=100, 1/200 bij ISO=200). Deze instellingen werken inderdaad goed als het zonlicht vooraan op je onderwerp valt, zolang je onderwerp niet volledig wit of zwart is (anders overbelichten bij veel wit / onderbelichten bij veel zwart).

Uiteraard kan je andere combinaties gebruiken voor hetzelfde resultaat: indien de combinatie f/16 – 1/100 bij ISO=100 een goede belichting oplevert, dan zal je hetzelfde bereiken met f/11 – 1/200 bij ISO=100. In functie van wat je wil bereiken (creatieve noodzaak) kan je met deze reeks een equivalente belichting bekomen als f/16 – 1/100 bij ISO=100:

  • f/22 – 1/50
  • f/16 – 1/100
  • f/11 – 1/200
  • f/8 – 1/400
  • f/5.6 – 1/800
  • f/4 – 1/1600
  • f/2.8 -1/3200

In andere lichtomstandigheden heb je nood aan variaties op hetzelfde thema…

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren