Belichtingsdriehoek

Nu we al iets meer weten over diafragma, sluitertijd en ISO, is het moment gekomen om de term ‘belichtingsdriehoek’ te introduceren. De belichtingsdriehoek zal het mysterie van de ‘ideale belichting’ vereenvoudigen en maakt het simpeler hoe te reageren als de belichting van je foto niet het gewenste resultaat oplevert.

Elk van de instellingen voor diafragma, sluiterijd en ISO hebben een verschillende impact op de belichting:

  • diafragma: controle over het oppervlak van de opening waardoor het licht je camera kan binnenkomen
  • sluitertijd: controle over hoe lang de belichting duurt
  • ISO: controleert de gevoeligheid van je sensor op een hoeveelheid licht (eigenlijk veranderd ISO niks aan de ‘belichting’ op zich)

Gelet op het bovenstaande kan je dus vele combinaties van deze 3 instellingen gebruiken om dezelfde belichting te bekomen. Het belangrijkste is echter om te begrijpen hoe een compromis van deze 3 instellingen het eindresultaat -je foto- zal beïnvloeden. Als voorbeeld: het diafragma bepaalt ook de dieptescherpte in je beeld, de belichtingstijd zal bewegingsonscherpte beïnvloeden en de gebruikte ISO zal de ruis in je beeld bepalen.

De sluitertijd (belichtingstijd) geeft je controle over beweging. Je kan beweging bevriezen door een snelle sluitertijd te kiezen of bewegingsonscherpte introduceren door een lange sluitertijd te gebruiken. Daarnaast kan je met de sluitertijd ook de belichting van je beeld controleren: een donker(der) beeld door het kiezen van een snellere sluitertijd of je beeld lichter maken door een tragere sluitertijd te kiezen dan strikt noodzakelijk bij het beschikbare licht.

Het diafragma geeft je controle over de dieptescherpte (depth-of-field of DOF): dat gedeelte van het beeld dat als scherp wordt waargenomen in relatie tot je focuspunt. Gemeten in f-stops: diafragmawaarden van f/1,0 (helemaal open, dus meer licht) tot f\32 (heel klein, dus veel minder licht). Om te onthouden: kleinere f-stops (laag getal) voor meer licht en kleine dieptescherpte of hogere f-stops (groter getal) voor meer scherptediepte, maar ook minder licht. Dus het gebruikte diafragma zal bepalen hoe jouw onderwerp zal loskomen van de achtergrond (groot diafragma – kleine scherptediepte) of hoe veel meer elementen in de voor- of achtergrond samen met je onderwerp scherper worden afgebeeld (kleiner diafragma – meer scherptediepte).

ISO is de manier om de gevoeligheid van je sensor te controleren. Wat je moet onthouden: bij een constante sluitertijd en hetzelfde diafragma, kan je enkel door de ISO-instelling de gevoeligheid van je sensor beïnvloeden hoe deze zal reageren op de hoeveelheid licht dat kan binnenkomen (hogere ISO voor een grotere gevoeligheid). Dus eigenlijk veranderd ISO niks aan de ‘belichting’ op zich, alleen zal je sensor bij een hogere ISO meer signaal opleveren, maar dit ten koste van een toename aan ruis.

Deze drie instellingen samen leveren dus de belichtingsdriehoek, waarbij je kan visualiseren hoe deze mekaar beïnvloeden: het verhogen van je sluitertijd kan bijvoorbeeld bepalen welk diafragma of welke ISO je zal moeten gebruiken, om een zekere belichting te bekomen. Dit doe je tijdens het maken van je beelden in functie van de informatie van je belichtingsautomaat, dan wel om je belichtingsautomaat te corrigeren of compenseren voor een volgende opname. Daarnaast kan je deze instellingen ook creatief gebruiken om je foto’s te verbeteren, dan wel om een zekere sfeer te creëren!

Op YouTube vind je deze samenvatting:

Bewaren

Bewaren

Bewaren